Het nest van goud komt bijna altijd in de achterste hoek, met het lege harnas dat erachter de wacht houdt. De verrassing is wie erop slaapt: in de meeste een heks met grijs haar en een boek, terwijl het drakenjong zich ergens bij het vuur oprolt. Dan komen de bezoekers, kleine ridders met koekjes of een armvol boeken, en de grot wordt een woonkamer met een bank, een haard en een tafel gedekt voor de thee.
Niemand in deze grotten kwam voor het goud. Ze kwamen voor de koekjes, en bleven.











