De meeste zijn gebouwd in een huis met een bovenverdieping, en boven wordt zelden verkocht. Het wordt een rustig hoekje met de roze fauteuil, een rond tafeltje en een kopje thee, of een oppottafel onder het raam. Beneden blijft de groene toonbank met zijn glazen vitrine vooraan, en de muren lopen vol met gedroogde bossen, zakjes zaad en lint. Het personeel is overal bezig, met een krat in de armen of geknield bij een zaaibak.
Zoek de kat voor je begint. Die slaapt meestal in een mand, op een plek waar de bloemist hem liever niet ziet.











